Palfinger had in de eerste helft van 2025 te maken met dalende inkomsten en winst, maar de meest recente ordercijfers tonen een voorzichtige positieve ontwikkeling.
Verloop eerste helft van het jaar
De totale omzet van Palfinger daalde in de eerste zes maanden van het jaar met ruim 3% tot ongeveer €1,14 miljard. Daarmee ligt de omzet lager dan in dezelfde periode van vorig jaar – dat toen ook al niet als een groeiperiode werd bestempeld.
De winst voor belastingen zakte met circa 20% naar een niveau van €72 miljoen, wat wijst op een aanzienlijke margedruk. In het tweede kwartaal alleen bedroeg de omzet bijna €587 miljoen, iets minder dan het jaar ervoor, terwijl het operationele resultaat met circa 10% terugliep.
Regionale verschillen in marktontwikkeling
Er waren echter duidelijke verschillen zichtbaar tussen de verschillende markten:
- Europa, het Midden-Oosten en Afrika (EMEA) lieten herstel zien, met een aanhoudende stijging van inkomende orders. Deze trend zette zich voort sinds eind 2024 en leidde tot capaciteitsuitbreiding binnen de productiefaciliteiten van Palfinger.
- In Latijns-Amerika bleef de marktvraag nagenoeg gelijk, terwijl de Aziatisch-Pacifische regio – vooral India – groeide dankzij investeringen in infrastructuur en industrie.
- De maritieme tak van het bedrijf profiteerde van projecten in offshore wind en van een toenemende vraag naar reddingssystemen en scheepskranen.
- In Noord-Amerika bleven de ordervolumes redelijk stabiel, ondanks economische onzekerheid en geopolitieke spanningen rond invoerheffingen.
Daarnaast groeide het aandeel van service- en onderhoudsactiviteiten, wat bijdroeg aan een stabielere omzetbasis.
Financiële positie en schuldreductie
Palfinger wist zijn netto financiële verplichtingen met ongeveer 10% te verlagen, tot een niveau van €687 miljoen, onder meer door verbeterde kasstromen en gerichte kostenbeheersing.
Toekomstvisie en strategie
Topman Andreas Klauser gaf in een toelichting aan dat de internationale spreiding van het bedrijf zijn vruchten begint af te werpen. Hij onderstreepte dat de stijging van orders in meerdere regio’s aantoont dat de “local-for-local” strategie – productie dicht bij de eindmarkt – effectief is.
Hij gaf aan vertrouwen te hebben in een stevigere tweede helft van het jaar. De combinatie van stijgende vraag, investeringen in capaciteit en een groeiend aandeel serviceactiviteiten zou de onderneming weer richting groei moeten duwen.
